Gedicht maart 2025 – Geneugten

Onrustig omkijkend

De ijsbeer ontwaakt

Gedachten schieten door het hoofd

Ledenmaten gaan hun eigen weg

Onrust, onrust, onrust

De twijfel tussen verveling en plicht

Van doelloos naar doelgericht, steeds meer

De dwang om kasten te openen

Drie keer naar de koelkast

Waar de koude waas verkoeld

Weifelen, weifelen, weifelen

De arm reikt, maar de wil nog niet

Het hoofd gloeit, vechtende hersencellen

Zij die weten dat hun laatste uren slaan

Zij die vrezen voor hun voortbestaan

De cellen die stoeien met het hart

Het hoofd schudt

Nieuwe ordening binnen het organisme

Dappere volharding tast toe

Verloren, verloren, verloren

De kurk net droog, knalt

De dop sist van de flessenhals

De ogen draaien smachtend rond

Blauw, bruin, grijs, rood

De verloren blik

Zachtjes glijdt de vloeistof naar binnen

Het lijf dat ziedend tot rust komt

Teug, teug, teug

Het is de rust die verlamt

De adem die verdampt

Coördinatie verdwijnt uit de ledematen

Het hoofd slaat op hol

Totale verlamming slaat toe

Een onrustige slaap

Een licht herstel volgt

Besef dat cellen stierven

Nooit, nooit, nooit meer